Zet die ploàt af!

22 Okt

De afgelopen weken heb ik met lede ogen toegekeken hoe het wielrennen in zijn zwaarste crisis uit de hele geschiedenis is beland. De capriolen van Lance Armstrong zijn schandelijk ten aanzien van de mooiste sport ter wereld. Armstrong is niet de grootste renner aller tijden, hij is de grootste toneelspeler uit de hele theatergeschiedenis. Samen met topschrijver Johan Bruyneel zorgde The Boss voor een tragedie grandiozer dan een stuk dat ontstaat uit alle talent van Shakespeare, Euripides en Aristophanes samen.

Maar, laten we eerlijk zijn. Als het op kennis van de Griekse cultuur aankomt, staan Bruyneel en Armstrong onderaan de ladder. De Amerikaan en Belg vergaten immers één belangrijke les uit een welbekend verhaal van de mythologie. Armstrong is niets anders dan een postmoderne Icarus, Bruyneel kijkt als Daedalus met weemoed naar de val van de Amerikaan. Of om het met een volkswijsheid te zeggen: Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.

Het is oneerlijk dat het vaak de wielersport is die steeds weer opnieuw door het slijk wordt gehaald. Dat terwijl andere takken met stilzwijgend instemmen stinkende zaakjes liever toedekken of dopinggebruik als een fait divers afschilderen.

Een sponsor die het wielrennen wil instappen, weet zoiets. Daarom kan ik het adieu van Rabobank maar moeilijk begrijpen. De Nederlandse bank had al veel eerder de geldkraan moeten dichtdraaien, of  nooit in het wielrennen moeten stappen.

Langs de lijn staat een groep slachtoffers elke keer moedeloos toe te kijken. Nu zelfs de Tour de France niet meer blijkt te zijn wat hij voordien was, een strijd tussen succesvolle helden, lijkt het mooie liedje van de sport voorgoed verleden tijd. Alsof een partijleider voor een gans publiek “Zet die ploàt af!” bulderde. Supporters zuchten bij het aanzien van zo’n grote hoop ruzie en wanorde.

Maar, de crisis is misschien het beste wat de wielersport nu kan overkomen. Als ze op een juiste manier wordt ingevuld, tenminste. In afwachting van een tabula rasa op de weg, kan een andere tak van de wielersport misschien opnieuw opleven en furore maken. Wellicht is dit het moment dat de terugkeer van het baanwielrennen inluidt. Een slingerbeweging in de geschiedenis die nu opnieuw naar de andere kant kan doorslaan.

Daarom: koop u een kaartje voor de Zesdaagse van Gent. Als de renners daar snorren over de wielerpiste van het Kuipke, zal u niet alleen ontdekken wat voor kracht en pracht het fietsen op de baan in zich heeft, maar vooral: niemand zal er geneigd zijn het nummer ‘Happiness’ van Sam Sparro abrupt af te breken. Vive le vélo!

Advertenties

De Keizer van Herentals

18 Nov

Hoe banaal kan de scène voor een ontmoeting met een monument zijn? Wat dacht u van een supermarkt ergens in het Herentalse als setting? Het overviel me vorige week zaterdag aan de toog van de afdeling slagerij van diezelfde supermarkt. Rik Van Looy als buurman bij het vragen om wat broodbeleg. Van Looy staat elfde op één van de vele rangschikkingen van de allerbeste renners aller tijden, werd twee keer wereldkampioen op de weg in 1960 en 61, haalde een waslijst aan memorabele overwinningen en succesen, maar is toch vooral ongelofelijk gewoon en sympathiek.

Rik Van Looy staat niet elke dag vlak naast jou. De uitgelezen kans dus om De Keizer hoogstpersoonlijk om een handtekening te vragen. Omdat ik geen standaarduitrusting heb voor dergelijke voorvallen, raadpleegde ik de dichtstbijzijnde kassa om pen en papier. Ik kreeg een naar mijn aanvoelen voor het monument onwaardig stuk kassaticket.

Ietwat onwennig sprak ik de man uitgedost in de meest gewone kledij, wat men van een keizer niet verwacht, aan en gaf hem het kassaticket. De volgende conversatie gaat zo mijn geschiedenisboeken in:

(Van Looy al lachend bij het aannemen van het kassaticket): ‘Is dat om de rekeningen te betalen?’ “Nee, hoor”, verzekerde ik hem, “ik heb gewoonweg enorm veel respect bij wat u gepresteerd heeft als renner. Zou u mij daarom een handtekening willen geven?”(Van Looy bij het zetten van de handtekening): ‘Da’s al lang geleden, hoor.’ “U hebt toch veel betekend voor het wielrennen? En veel gewonnen, dat las en zag ik (weliswaar jaren later op TV, maar toch) .” ‘Ja, wat je wint dat blijft.’

Een ontspannende conversatie over het wielrennen en veldrijden van vandaag zag het levenslicht met als achtergrond een assortiment kalfs- en rundsvlees. Het viel me op dat Van Looy zichzelf niet probeerde ‘in the picture’ te plaatsen. Een bescheidenheid die de prestaties van de man alleen nog maar meer grinta, elan en panache geeft. Een Keizer met het ware gelaat van een mens als u en ik. Iemand waar geen kopie van bestaat.

Van Looys boodschappenlijstje telde ondertussen geen stipjes meer, de conversatie liep op haar laatste benen. Hoe kan het ook anders dan dat Van Looy in volle bescheidenheid het gesprek met de volgende woorden afsloot?

‘Zeg maar Rik’.

Een pak frieten

11 Nov

Ronse 2011. Het regent nog steeds niet. Nog steeds geen échte cross waar de renners ploeteren, stoempen of harken door een met modder en supporters gevuld veldritveld. Geen weer voor Sven, dat besef ik ook. Weer voor jonge snaken zoals een Stybar, Pauwels of Albert van wie de benen nog niet teren op jarenlange ervaring, maar op power.

Het parcours ligt er bliksemsnel bij en is geschreven op de maat van de jonge garde. Geen maat voor Sven, die verdrinkt in zijn eigen ervaring, die steeds verder wegzakt en kostbare punten door de vingers ziet glippen. Een slag voor Sven, die Merckxiaans elke wedstrijd de beste wil zijn, elke wedstrijd wil strijden voor de overwinning. Na de wedstrijd stuur ik hem dan ook volgend sms’je: ‘Kopje niet laten hangen, maar keihard terugslaan!’. Ik hoop dat het hem wat opmontert, maar even later lees ik iets wat mijn petje even te boven gaat.

Op een tweet van ploegmaat Diether Sweeck antwoordt Sven: ‘Te laat.’ En die ‘te laat’ gaat over een pak friet met stoofvlees. Voor het eerst in zijn carrière, vermoed ik, doet Sven zich te goed aan het gele goud tijdens het veldritseizoen. Revolutionair is dat op z’n minst te noemen. Sven weet echter wat hij doet. Het blijkt een tijdje later de beste manier om het dipje achter zich te laten.

Op het parcours van Niel speelt hij de slimste met één geheim wapen: het gele goud. Hij houdt Albert achter zich en behaalt zijn vierde overwinning van het seizoen. De boodschap van de dag via sms luidt: ‘Proficiat. Als frieten de oplossing zijn, haal er dan nog maar een paar op mijn kosten!’. Want een pak frieten, dat smaakt en mag, soms.

Cavendish

29 Jul

De laatste etappe in de Tour 2011 werd gewonnen door Mark Cavendish. Vanzelfsprekend Cavendish. Wie anders? En zeggen dat hij volgens de zogenaamde kenners ‘te dik’ stond bij de aanvang van het seizoen. Niks van aan, niet waar. Cavendish is gewoon één brok energie, één brok flitsende klasse.

De andere ploegen hebben een groot probleem als Cavendish top is en er een spurt verwacht wordt. Geen enkel andere ploeg is opgebouwd rond één man, rond een spurter. De rest mist gewoon die structuur en opbouw om de man uit Man te kunnen kloppen. Greipel komt nog niet aan zijn knieën, Ferrar pikt er af en toe ééntje mee als Cavendish zoek is en Hushovd kan het pas na een selectief parcours waarop de Snelste Spurter ter wereld kansloos is.

Het is prachtig om de laatste voorbereidingen en opbouw naar de spurt toe door de HTC-trein te kunnen aanschouwen. Als een adventskalender, reepje per reepje, stukje per stukje tot het beste onderdeel. Zonder een hechte teamsfeer lukt dat niet. Kijk maar naar Omega-Pharma Lotto. Hun drie kopmannen: Gilbert, Greipel en Van den Broeck reden elkaar bijna van de weg. Gilbert die Van Den Broeck terughaalt, Greipel die kwaad is omdat Gilbert weer zijn kans ruikt,… Ze mogen van geluk spreken dat Marc Sergeant de vuren wist te blussen. En dat mede door het beste blusschuim: dat van de overwinning.

Schuim dat ook Cavendish gebruikt om zijn innerlijke ziel te kunnen doven na een mislukte spurt. Al zijn dat er niet echt veel. 20 etappezeges heeft hij al op zijn conto staan na deze Tour de France. Daarmee komt hij op gelijke hoogte met Nicolas Frantz, een Luxemburger uit ver vervlogen tijden. Een landgenoot van de broertjes Schleck die dit jaar opbotsten tegen de sterkste man in koers: Cadel Evans. Al had Andy de panache om de Tour binnen te halen.

Volgend jaar zal Contador waarschijnlijk niet meer dezelfde fout maken. Giro en Tour winnen, dat is zelfs de beste klimmer en renner op dit moment niet meer gegeven. Dat is Merckxiaans, iets voor renners van vroeger. Renners focussen op één wedstrijd of één rittenkoers, ze doen niet meer het hele seizoen. Hooguit twee grote rondes waarvan één op topniveau. Anders geraak je uitgeblust.

Al geloof ik niet dat Cavendish’ drang naar zeges al gedoofd is. Er zal sterker moeten opgetreden worden, wil men hem stoppen. Een trein tegenhouden doe je niet zomaar.

Vaarwel

12 Mei

Nog nooit is de wielersport me op zo’n tragische manier onder ogen gekomen dan op afgelopen maandag negen mei. De noodlottigheid van het toeval wrong zich tussen een mensenleven. Een kameraad van velen in het peloton, een grapjas, soms spottend de Playboy genoemd. Een klasbak, een toptalent, een renner om te koesteren en langzaamaan te slijpen tot een diamant van pure en heldere kwaliteit. Wouter Weylandt. Een renner van allitererende omvang.

Honderdenacht zal voor eeuwig in de geheugens van wielerliefhebber en Girokenner gegrift staan. Als een nummer van moed, maar ook een nummer van tragedie. Een tragedie die me ter ore kwam op die bewuste maandag. Eén blik van vier seconden maakte me het duidelijk. Dit wordt moeilijk. Ik geloofde echter in het sterke wringerskarakter van de sprinter. Het mocht toch geen probleem zijn voor Wouter om zich door het spreekwoordelijke oog te wurmen?

Duimen werden gekruisd, kruisjes werden afgestoft, overal ter wereld zocht men het geloof op. Geloof in de kracht van de spurter en bijna-vader. Geloof in de goede afloop. Geloof in het overleven. Dit was echter een spurt te ver voor Wouter. Geloof veranderde in ongeloof. Ongeloof in de tragedie en in de echtheid van het feit. Kon het wel dat zo’n jonge en beloftevolle renner op de flanken van een onbekende en oneervolle col ten onder ging? De Passo Del Bocco, een afdaling de renner niet waardig.

Direct werden beelden van de val op Youtube en het internet gezet. Miljarden ogen aanschouwden de laatste seconden uit het leven van iemand die daar niet had moeten liggen. Hiaten in vergelijking met de code van respect. Mensen klikten onbegrijpelijk ‘Vind ik leuk’ op Facebook. De wereld ontkwamniet aan de kramp van sensatie. Zonder gevoel voor een mens. Zonder mededogen.

Bij deze wil ik de kans grijpen om vaarwel te zeggen.

Het gaat je goed, Wouter.

Vaarwel.

Twintig

25 Feb

Elke keer wanneer ik het parcours in Oostmalle betreed, besef ik het definitief. Het seizoen loopt op zijn allerlaatste benen. Al was het geen oud heertje met stok en houten stokkebeentjes onder zijn lijf. Neen, het was een levendige jongeman (of jongedame, zo u wil) met veel zwier, panache en grinta. Geen verveling of schuinlopers. Dat allerminst.

Sven heeft ook een fantastisch seizoen gereden dat er nog meer fantastisch zou kunnen uitzien zonder (materiaal)pech. Zonder de diepe buiging in Loenhout die hij overhad voor zijn tweede vader, Fons Wouters, had hij misschien de zege kunnen afsnoepen van Niels Albert. Al is er natuurlijk geen zekerheid dankzij de ‘misschien’. Er waren nog meer akkefiet(s)jes, maar zonder al te veel erg. Akkefietjes moeten er zijn, dat geeft een seizoen kleur.

De keuze om Sven tot crosser van het seizoen uit te roepen, is meer dan correct. Zelfs Christoph Roodhooft kent Sven die titel toe. Misschien om zijn poulain extra te prikkelen naar volgend seizoen toe, maar het zegt toch iets. Sven staat nog steeds aan de top en voelt nog steeds de druk die op zijn schouders rust. Vooral wanneer het niet goed gaat. Dan druipt de frustratie van de schouders van sommige supporters en spreken media over de ‘definitieve overdracht van de macht’.

Laten we eerlijk zijn, die term is meermaals onterecht gebruikt geweest. Nu ben ik er echter zeker van dat we die term nooit zullen moeten gebruiken. Sven zal er altijd staan en er zal altijd rekening moeten gehouden worden met Sven Nys. Zelfs al wordt hij tachtig tijdens zijn carrière, in het zadel zal Sven twintig blijven. Op de fiets dus geen oud heertje met stok en houten stokkebeentjes onder zijn lijf.

Trouble

14 Jan

Zondag 9 januari 2010. Een prachtige, zonovergoten dag die maar door één ding wordt verstoord. Een gloed van frietvetdampen en hagen supporters. De stilte op het Sint-Anneke wordt alleen gefnuikt door een tunnel van aanmoedigingen langs de andere kant van de nadarhekken. Iedereen ziet dat het misgaat met Sven Nys. Albert glimlach als een breedsmoelkikker en pakt een veel te gemakkelijke eerste titel. Zonder spanning, zonder suspens. Met dank aan de saaie omloop op Sint-Annekestand waar zelfs een kind van tien zonder problemen rond zou kunnen fietsen tegen een hoog tempo.

Ook ik stond langs de kant als één van de negentienduizend anderen. Ook ik zie het misgaan met onze Kannibaal. Hij lijkt aan de grond gekleefd. Ik denk tijdens de wedstrijd terug aan het gesprek dat ik voerde met Isabelle, de vrouw van Sven, voor de start van het Belgisch Kampioenschap wegveldrijden. ‘En Isabelle, hoe gaat het met Sven?’ Ze kijkt me bezorgd aan en in haar ogen lees ik een onzekerheid. “Sven is enorm zenuwachtig, Niels.” Ik denk bang terug aan de voorbije mislukkingen op kampioenschappen door zenuwachtigheid. Ik wil zekerheid, af van de onzekerheid die nu aan mij knaagt. ‘Het zal wel voor vandaag zijn, hé, Isabelle’, flap ik er uit. Deels om mezelf gerust te stellen, deels om de stress voor de rennersvrouw weg te nemen. Ze kijkt me raar aan en ik krijg geen bevestiging. Alleen maar twijfels in haar blik en aarzelende antwoord. Ik kijk naar de grond en mijn ogen vallen op het witte hondje dat zijn energie uitwerkt en aan de lus trekt waarmee Isabelle het hondje in bedwang houdt. ‘Een nieuw hondje, Isabelle? Hoe heet het?’ Isabelle antwoordt: “Trouble.” Problemen. Shit. Dit gesprek heeft voor mijn part lang genoeg geduurd. Zekerheid over Svens vorm is omgezet in onzekerheid. Laconiek probeer ik er nog een opluchtende vraag uit de flansen. Probeer een woordspelletje met de naam van het hondje. ‘Toch niet te veel problemen?’ Dat lijkt de opkikker. ‘Neen, maar het is wel een vedette.’, weet ze er uit te brengen voor ze de prestaties van haar man gaat gadeslaan.

Start. Een vreemde zekerheid dat het niet zal lukken, kleeft aan mij. Even is er hoop. Sven start perfect en draait warempel als eerste het veld op. Zou het dan toch lukken? Heb ik de onzekerheid daarjuist er bij verzonnen? Even snel als de hoop kwam, werd ze aan diggelen geslagen. Eerst door een kleine (of stillaan grote) uit Kalmthout. Sven kan niet volgen. Even later definitief door Niels Albert. Sven draait vierkant, ik zie het aan zijn manier van trappen. Hij geeft later op. Eén vraag blijft hangen: Wat is/ging er mis? Ook Sven weet er geen raad op. ‘Ik zou het niet weten.’, is het enige antwoord dat hij me weet te geven. Ik denk aan het WK en probeer te peilen of hij ‘zijn mogelijke probleem’ weet op te lossen tegen die datum. Hij ontwijkt ze, maar antwoordt toch strijdlustig. ‘Het is niet omdat het vandaag niet lukt dat het morgen niet zal lukken.’ Dit en Svens latere blog bevestigen mijn vermoeden. Schrijf maar op, Sven zal klaar zijn voor het WK. Zonder trouble natuurlijk.